Bram Rutgers
Lieve familie en vrienden, wij zij dankbaar dat u hier allen bent gekomen. Als één ding duidelijk is geworden uit de vele reacties die wij de afgelopen dagen hebben gekregen is het wel dat Pem de harten van mensen heeft geraakt. Velen hebben een blijvende herinnering met ons gedeeld, en als wij dat allemaal zouden opschrijven zouden wij een boek kunnen vullen.
Pem was dan ook veelzijdig, en zeer kleurrijk. Pem hield van het leven, en ze hield van mensen. Ze genoot van ieder gesprek en nam daar dan ook ruim de tijd voor. Op die manier gaf ze aandacht aan het onderwerp, maar vooral gaf ze aandacht aan de persoon met wie ze sprak. Ze trad iedereen onbevangen tegemoet en maakte daarbij geen onderscheid.
Toen ik Pem leerde kennen werkte ze als verslaggeefster bij het Parool, een landelijk maar vooral toch Amsterdamse krant. Ze werd daar op de verslaggeverij geplaatst, tot dan toe een typisch mannen domein, en was in die tijd een van de weinige vrouwelijke verslaggeefsters in dit land. Wij praten over 1959, bijna 50 jaar geleden. Zelf vond zij dat ze daar, op die redactie het schrijven had geleerd.
Deze krant kwam voort uit het verzet in de tweede wereld oorlog, en op de redactie zaten veel joodse redacteuren. Israël werd in die tijd beleefd als het land waar joden een veilige thuishaven vonden en het was niet meer dan logisch dat deze krant in 1963 Pem voor een half jaar naar Israël zond om reportages te maken. Een jaar later werkte zij weer in Israël, dit keer voor Elsevier. Zij schreef daar over een veelheid van onderwerpen. Zo interviewde ze de president van Israel, en maakte ze legeroefeningen mee. Elsevier adverteerde elke week zijn reportages op kiosken en in kranten, en zo kon ik eens lezen: Elsevier deze week: ‘Pem Sluijter in de harem van de Sheik’. Ik had bij deze tekst zo mijn eigen gedachten.
Elsevier publiceerde ook haar gedichten. Gedichten is ze haar hele leven blijven schrijven. Dit heeft geresulteerd in twee dichtbundels, ‘Roos is een bloem’ in 1997, bekroond met de C.Buddingh prijs, en ‘Het licht van Attica’ in 2004. Haar uitgever de Arbeiderspers schrijft hierover in het persbericht naar aanleiding van haar overlijden: ‘Sluijter laat een klein, maar zeer precies en filosofisch dichterlijk oeuvre na’. En wij voegen daar aan toe, ook een geweldige hoeveelheid gedichten en verhalen die wij wel, maar zij nog niet publicatierijp achtte.
Na Elsevier werkte zij bij buitenlandse zaken, voor ontwikkelingsamenwerking. Zij richtte mede een tijdschrift voor ontwikkelings samenwerking op, Vice- Versa, dat tot op heden een gerespecteerd vakblad is. Dit betrok haar sterk bij Afrika. Zo verbleef zij lange tijd in Kenya.
Langzaam kwamen in de zeventiger jaren haar belangrijkste persoonlijke drijfveren steeds duidelijker tot uiting in haar werk: betrokkenheid met individuen, of samenlevingen die in verdrukking kwamen, hetzij materieel, hetzij geestelijk. Die betrokkenheid kwam vanuit haar hart.
Begin 1980 werd Pem ziek. Zij kwam weer in Israël terecht, nu aan de Dode Zee om te kuren. In deze kuuroorden werkten veel Palestijnen. En toen ze deze ging opzoeken in Bethlehem en Beit Jalla, Pem had immers een grote journalistieke belangstelling, ondervond zij lijfelijk de complexiteit en omvang van het Israelisch - Palestijnse conflict.
Er gebeurde nog wat anders in die periode, haar ziekte bracht haar in deze kerk. Zij realiseerde zich al snel: mijn hulp komt van U, Maker van de hemel, en Schepper van de aarde. Wij, als gezin, waren nog niet zover, maar ze heeft ons allen hierin meegenomen. In deze kerk is Pem gedoopt, zijn wij beiden bevestigd, en zijn onze kinderen getrouwd.
Iemand zei het zo: de ziekte heeft Pem geestelijk opengebroken, en daardoor is zij niet alleen in staat gesteld om deze ziekte te dragen, maar ook om veel voor anderen te betekenen.
Omdat zij zo betrokken was met Israel en Palestina, beide getraumatiseerde volken, kwam daar mettertijd nog een element bij. Op de omslag hebben wij laten afdrukken de tekst uit Efeziers 2:14, want hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt.
Vanuit deze tekst benaderde zij niet alleen haar individuele relatie’s met anderen, maar ook benaderde zij zo het Israelisch Palestijnse conflict. Dit heeft de laatste jaren geresulteerd in een veelheid van aktiviteiten met als belangrijkste het initiatief om Tabitha Ministries op te richten, een stichting om Christen Palestijnen te ondersteunen.
Zo kennen wij haar hier in deze kerk de laatste jaren. Haar laatste activiteit was het verkopen van houtsnijwerk na de Carol Service. Zij was herstellende van een heupoperatie en vond dat ze de laatste tijd te weinig had kunnen doen. Ik ben blij dat ik toch iets gedaan heb, zei ze na afloop. Een lid van deze kerk die haar afgelopen zondag sprak zei mij, zij zag er geweldig uit, zij leek wel herboren.
Al de ondergane gewrichts operatie’s heeft zij goed doorstaan. Een hersenbloeding is haar uiteindelijk fataal geworden. Toen ik naast haar lag en dacht dat zij diep sliep, om te herstellen van een griepaanval, zag ik dat ze plotseling haar arm uitstrekte, en met haar hand een wuivende beweging maakte. Ik pakte haar hand vast, om haar bij mij te houden. Maar zij was al onderweg, op weg naar haar Schepper, om herboren te worden.